Voortgang doorlopende leerlijnen taal en rekenen

Op 20 februari hebben staatssecretarissen Van Bijsterveldt en Dijksma in een brief aan de Tweede Kamer de voortgang beschreven rondom de doorlopende leerlijnen taal en rekenen.

De brief bevat een samenvatting van de belangrijkste acties en uitgangspunten bij de implementatie van het referentiekader doorlopende leerlijnen taal en rekenen. In de brief staan de uitkomsten van de veldraadplegingen en de adviezen van de sectororganisaties.

Vervolgens gaat de brief in op de verankering van het referentiekader in wet- en regelgeving en op de invoeringsstrategieŽn per sector. Bijzondere aandacht is er voor leerlingen die de referentieniveaus niet (kunnen) halen. Ten slotte is er aandacht voor de implementatie van het referentiekader op de scholen.

Over het mbo bevat de brief - na de brief van de staatssecretaris aan de instellingen van 22 december - niet heel veel nieuws.

Enkele highlights

  • In mei 2009 worden twee belangrijke trajecten afgerond in verband met de verdere ontwikkeling van het referentiekader.
  • Een groep experts bekijkt naar aanleiding van de veldraadplegingen enkele subdomeinen van het referentiekader nader. Dit onder leiding van de heer Meijerink, de voorzitter van de voormalige expertgroep. Daarbij worden ook de sectororganisaties betrokken.
  • De veldraadplegingen maakten duidelijk dat de referentieniveaus bruikbaar zijn maar dat daarvoor nog wel een vertaling nodig is naar de verschillende onderwijstypen en leerlingen. Ook daaraan wordt tot mei 2009 in overleg met de sectororganisaties gewerkt.
  • Voor het mbo wordt over leerlingen die de vereiste niveaus mogelijk niet kunnen halen gezegd dat:
    - goed in kaart moet worden gebracht over welke kennis en vaardigheden de leerling wŤl beschikt;
    - de komende jaren geÔnventariseerd wordt welke onderwijsinspanningen tot de meeste resultaten leiden;
    - oplossingen voor maatwerk worden uitgewerkt, zoals eventuele aanpassingen in de examens voor leerlingen met dyslexie of dyscalculie.
  • Het referentiekader wordt in een bovensectorale wet verankerd. Vervolgens wordt het inhoudelijk vastgelegd in een Algemene Maatregel van Bestuur. Daarbij wordt voor elk onderwijstype een referentieniveau vastgesteld. Het wetsvoorstel wordt waarschijnlijk nog net voor het einde van het jaar ingediend.
  •