Wij beantwoorden uw vragen over taal en rekenen in het mbo graag. Hieronder vindt u eerst een antwoord op de meest actuele vragen. Daarna ziet u wat u kunt doen als u een andere vraag heeft. Bij 'oproepen' vindt u onze vragen aan u.
In de KD's vanaf 2010 zijn de referentieniveaus taal en rekenen opgenomen en deze spelen dus een rol bij de verzilvering van het ervaringscertificaat. Dat de beoordeling van taal en rekenen nog geen invloed heeft op de zak-slaagbeslissing, betekent echter niet dat er niet geëxamineerd hoeft te worden. Taal en rekenen dienen altijd meegenomen te worden in de examinering en beoordeling.
Wanneer een deelnemer alle onderdelen van de opleiding beheerst, behalve taal en rekenen, dan kan het diploma worden uitgereikt. Maar taal en rekenen moeten wel geëxamineerd zijn. Wanneer ook andere onderdelen van de opleiding niet zijn behaald, dan dient onderwijs te worden aangeboden inclusief taal en rekenen en dient taal en rekenen nogmaals te worden geëxamineerd conform het kwalificatiedossier. De inspectie houdt hier toezicht op.
Het subdomein taalverzorging leent zich goed voor integratie in het domein schrijven. Het subdomein begrippenlijst gaat over het specifiek benoemen van taalverschijnselen, zoals punt, komma, zelfstandig naamwoord en werkwoord, maar ook mening en paragraaf. Deelnemers moeten dit soort begrippen kennen om te kunnen spreken over taal en taalverschijnselen. De bedoeling van dit subdomein is dat deelnemers bepaalde verschijnselen kunnen benoemen in contextrijke taalsituaties. Anders gezegd: de dingen moeten een naam hebben om erover te kunnen spreken.
Het is de bedoeling dat de begrippen tijdens de taallessen en -activiteiten gebruikt en toegepast worden. Een apart instellingsexamen (of deel ervan) volledig besteden aan het subdomein ‘begrippenlijst’ ligt bij dit uitgangspunt dan ook niet voor de hand. Het subdomein ‘begrippenlijst’ hoeft daarom niet, maar mag wel apart geëxamineerd worden,
Deze student zal bij studievertraging zijn mbo 4 opleiding moeten afronden met verplichte afname van de centraal ontwikkelde examens taal en rekenen. De resultaten daarvan wegen dan ook mee voor diplomering. Om de administratieve last te beperken (namelijk ontbinding huidige onderwijsovereenkomst en aangaan nieuwe onderwijsovereenkomst) is het aan te raden om in de examenregeling (of vergelijkbaar document) van een mbo 4 opleiding met een overeengekomen studieduur korter dan vier jaar een passage op te nemen met de volgende strekking:
‘Indien de student studievertraging oploopt, waardoor hij de mbo 4 opleiding in of na het studiejaar 2013/2014 zal afronden, geldt dat de examinering van de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen niet meer verloopt zoals in dit document is beschreven, maar (deels) plaatsvindt door middel van centraal ontwikkelde examens taal en rekenen. Dan gelden ook de bijbehorende slaag/zakbeslissing en alle andere regels die in het dan van kracht zijnde Examenbesluit beroepsopleidingen WEB zijn vastgelegd.’
U moet het plan voor 1 april 2010 sturen naar:
DUO Zoetermeer
Unit BEK
Postbus 606
2700 ML ZOETERMEER
In de Voorpublicatie Experimenteerjaar 2010-2011 staat het juist geformuleerd. In bijlage 2 van de brief over taal en rekenen staat het niet duidelijk geformuleerd. Bedoeld is: Scholen mogen in studiejaar 2010-2011 eerstejaarsstudenten alleen in opleidingen inschrijven die gebaseerd zijn op competentiegerichte kwalificatiedossiers van cohort 2010-2011 óf 2009-2010. Verder is het nog mogelijk om studenten in te schrijven in eindtermenopleidingen.
Het antwoord is: ja. Voor iedere leerling die vanaf augustus 2010 start met een mbo opleiding zijn de referentieniveaus taal en rekenen van toepassing. Ongeacht de bepaling in de experimenteerregeling dat je per augustus 2010 nog kan inschrijven in de versie van het KD 2009/2010, zal de wet voorschrijven dat vanaf 1 augustus 2010 zowel voor eindtermenopleidingen als voor opleidingen op basis van kwalificatiedossiers het betreffende referentieniveau in acht moet worden genomen.
a. Nee, het budget hoeft niet te worden aangevraagd. Instellingen hoeven niets te doen om het budget te ontvangen; het zal automatisch naar alle bekostigde mbo-instellingen worden overgemaakt.
b. Inzending en goedkeuring van het implementatieplan van de scholen is niet voorwaardelijk voor het ontvangen van de middelen. Eventueel kan het bedrag wel (gedeeltelijk) worden teruggevorderd als gebleken is dat een instelling in gebreke is gebleven.
Toelichting:
De instellingen moeten voor 1 april 2010 in een implementatieplan m.b.t. hun taal en rekenbeleid aangeven op welke manier ze de geoormerkte middelen de komende vier jaar willen besteden. Ook moeten ze jaarlijks de besteding van de middelen achteraf verantwoorden in het geïntegreerd jaardocument. De implementatieplannen zullen waarschijnlijk (zoals gebruikelijk) door CFI worden getoetst aan de aangekondigde regeling. Dan zal het bijvoorbeeld gaan om: Heeft de instelling een implementatieplan opgestuurd? Betreft het implementatieplan de in de regeling genoemde onderwerpen?
Het Steunpunt taal en rekenen mbo zal de implementatieplannen analyseren. Daaraan is geen oordeel verbonden. Op basis van de analyse van alle implementatieplannen levert het Steunpunt de mbo-instellingen individuele feedback op het eigen implementatieplan.
Vrijstelling van onderwijs in taal en rekenen is aan de scholen. Vrijstelling van examinering voor taal en rekenen is vanaf de cohorten 2010 niet mogelijk als de opleidingsduur de geldigheidsduur van de resultaten van eerdere examinering taal en rekenen overschrijdt.
Let bij vrijstellingen voor Nederlandse taal en rekenen op het volgende:
1. Staatssecretaris Van Bijsterveldt heeft aangekondigd een geldigheidsduur vast te stellen voor examenresultaten Nederlandse taal en rekenen. Dit omdat juist het onderhoud van verworven kennis en vaardigheden erg belangrijk is. Aan het einde van de opleiding moet worden aangetoond dat de vereiste niveaus (nog) worden beheerst. Het is nog niet bekend wat de geldigheidsduur wordt en welke speelruimte de instelling heeft.
2. Het gaat in het mbo bij taal en rekenen niet alleen om generieke kennis en vaardigheden. De specifiek voor het beroep benodigde taal- en rekenvaardigheden blijven onderdeel van de beroepsgerichte examens waarvoor de instellingen zelf verantwoordelijk zijn.
Nee, dat betekent het niet. Leerlingen op niveau 1, 2 en 3 moeten wel taalexamens afleggen. Daarmee wordt beoordeeld of zij aan het beheersingsniveau voldoen zoals vereist in kwalificatiedossier en het brondocument Leren, Loopbaan en Burgerschap.
De Inspectie controleert en beoordeelt de kwaliteit van deze examens en rapporteert hierover ook. Ze betrekt dit oordeel echter nog niet bij het oordeel over de continuering van de examenlicentie. Voldoet een leerling aan de beroepseisen, maar nog niet aan de vereiste niveaus van taalbeheersing? Dan mag een school beslissen aan deze leerling toch een diploma uit te reiken.
Voor mbo 2 en 3 worden ook centrale examens ingevoerd. In studiejaar 2014/2015 is er voor het eerst verplichte deelname aan centraal ontwikkelde examens. Per niveau wordt nog bepaald op welke wijze de centrale examens voor het diploma meetellen.