Vragen & oproepen

Home

Vragen & oproepen

Wij beantwoorden uw vragen over taal en rekenen in het mbo graag. Hieronder vindt u eerst een antwoord op de meest actuele vragen. Daarna ziet u wat u kunt doen als u een andere vraag heeft. Bij 'oproepen' vindt u onze vragen aan u.

 

De meest actuele vragen ...

De formulering in de brief kan in eerste instantie aanleiding geven tot verwarring, maar wanneer de zin na “Studenten .... kunnen vrijstelling krijgen als zij binnen twee studiejaren opnieuw een mbo-opleiding afronden van hetzelfde of van een hoger niveau” en de passage boven de betreffende alinea ook meegelezen worden, is de intentie wel duidelijk: het gaat om het niveau waarop het betreffende examenonderdeel Nederlandse taal of rekenen in een eerdere opleiding reeds voldoende is behaald.
 
Hieronder de tweede alinea van pagina 6:
'Mogelijkheden voor talentvolle studenten
Talentvolle studenten kunnen de examens kunnen de examens afleggen van de examenonderdelen Nederlandse taal en/of rekenen die behoren bij een hoger mbo-niveau. Ze kunnen daarvoor een aanvraag indienen bij de examencommissie.'
 
Hieronder de passage in de derde alinea van pagina 6  die betrekking heeft op vrijstellingen:
'Studenten .... kunnen vrijstelling krijgen als zij binnen twee studiejaren opnieuw een mbo-opleiding afronden van hetzelfde of van een hoger niveau. Zij moeten dan aantonen dat zij het betreffende examenonderdeel reeds hebben afgelegd en daarvoor ten minste een zes hebben behaald.'
 
De juiste interpretatie van deze passage is dan dat studenten die het examenonderdeel Nederlandse taal of rekenen dat hoort bij de ‘nieuwe’ mbo-opleiding reeds in een vorige mbo-opleiding hebben behaald, dit binnen twee jaar niet opnieuw hoeven te doen.
 
Voorbeeld 1: Een mbo 3 student heeft het examen voor het onderdeel Nederlands afgelegd dat bij een niveau 3 opleiding hoort en heeft hiervoor ten minste een 6 behaald. Na afronding van de opleiding besluit de student een andere mbo 3 opleiding te gaan volgen. Binnen twee jaar rondt de student deze opleiding af en hoeft dus niet opnieuw het examen voor het onderdeel Nederlands af te leggen.
 
Voorbeeld 2: Een mbo 3 student heeft op eigen verzoek voor het onderdeel Nederlands het examen van een niveau 4 opleiding afgelegd en heeft hiervoor ten minste een 6 behaald. Wanneer deze student binnen twee jaar na afronding van de mbo-3 opleiding een mbo-4 opleiding afrondt, dan hoeft deze student het examen Nederlands niet opnieuw af te leggen.
 
Voorbeeld 3: Een mbo 3 student heeft voor het onderdeel Nederlands het examen afgelegd dat bij een niveau 3 opleiding hoort en hiervoor ten minste een 6 behaald. Binnen twee jaar rondt deze student een mbo 4 opleiding af. In dit geval moet de student opnieuw het examen Nederlands afleggen, omdat hij op niveau mbo-4 nog geen examenresultaten heeft behaald.

Op dit moment is vrijstellingenbeleid voor onderwijs en examinering de verantwoordelijkheid van de instellingen. Dit moet uiteraard verantwoord worden aan de inspectie. Mbo-deelnemers die gestart zijn na 1 augustus 2010 en die examen doen vanaf 2013/2014 (niveau 4) en 2014/2015 (niveau 2 en 3) dienen in elk geval een centraal ontwikkeld examen Nederlands en Rekenen af te leggen.
 
In de Wijziging op het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB zal over vrijstellingen een paragraaf opgenomen worden. Zodra dit besluit definitief is (waarschijnlijk voorjaar 2012), zullen wij hierover publiceren op de website.

Wet Referentieniveaus:
Met ingang van 1 augustus 2010 is de wet op de referentieniveaus van kracht. Dit betekent voor het mbo dat deelnemers die zich na 1 augustus 2010 voor het eerst inschrijven in een opleiding te maken krijgen met de algemene eisen voor Nederlandse taal en rekenen op referentieniveau. De referentieniveaus gelden voor deelnemers die starten vanaf cohort 2010-2011, ongeacht het dossier waarop ze zijn ingeschreven. Voor de deelnemers van de cohorten 2007-2008 en 2008 –2009 en 2009-2010 blijven de CEF-niveaus gelden. Als zittende deelnemers zijn ingeschreven op het nieuwste kwalificatiedossier dan gelden de eisen van dat dossier, dus inclusief Nederlands en rekenen op referentieniveau.
 
Zij-instromers:
Binnen bovenstaand kader is het voor de onderwijsinstelling mogelijk om een individueel instromende deelnemer aan te laten schuiven bij een bestaande groep deelnemers die al bezig is met de opleiding. Dit kan bijvoorbeeld in de situatie wanneer een deelnemer halverwege zijn opleiding verhuist en zijn opleiding wil vervolgen bij de onderwijsinstelling in zijn nieuwe woonplaats. Hij volgt dan hetzelfde programma als zijn klasgenoten, met hetzelfde OER als deze klasgenoten. Gaat het echter om een groep instromende deelnemers die een verkort opleidingstraject volgt, dan is sprake van een afzonderlijk en nieuw traject. Dan gaat het dus om een nieuw cohort, van na 1 augustus 2010, waarvoor de referentieniveaus en het bijbehorende invoeringstraject gelden.
 
Toezicht op onderwijs en examinering:
Voor het toezicht is de kwaliteit van het onderwijs en examinering van de betreffende opleiding het aangrijpingspunt, en de wet- en regelgeving het kader. De inspectie kan in het kader van het toezicht een aantal onderwijsovereenkomsten opvragen. Mocht het geval zich voordoen dat bij het opvragen van onderwijsovereenkomsten sprake is van onderwijsovereenkomsten die een andere startdatum bevatten, dan zal de inspectie nagaan of sprake is van ‘aanschuiven bij een bestaande klas’.

De diagnostische toetsen kunnen als summatieve toets gebruikt worden, mits aan de vereisten die de inspectie stelt aan een kwalificerende toets wordt voldaan. Dat wil zeggen dat verantwoord moet kunnen worden dat de toets valide is en betrouwbaar is afgenomen. Dit laatste kan problematisch zijn om de volgende redenen:

  • De afnamecondities zijn slecht te controleren;
  • De toetsen zijn niet compleet aangepast sinds 2009, waardoor de bekendheid steeds groter wordt.

Nee, dat betekent het niet. Leerlingen op niveau 1, 2 en 3 moeten wel taalexamens afleggen. Daarmee wordt beoordeeld of zij aan het beheersingsniveau voldoen zoals vereist in kwalificatiedossier en het brondocument Leren, Loopbaan en Burgerschap. Behaalde resultaten hebben echter geen invloed op de slaag-/zakbeslissing.
 
De Inspectie controleert en beoordeelt de kwaliteit van deze examens en rapporteert hierover ook. Ze betrekt dit oordeel echter nog niet bij het oordeel over de continuering van de examenlicentie.
 
Voor mbo 2 en 3 worden ook centrale examens ingevoerd. In studiejaar 2014/2015 is er voor het eerst verplichte deelname aan centraal ontwikkelde examens. Per niveau wordt nog bepaald op welke wijze de centrale examens voor het diploma meetellen.
 
Zie ook het cohortenschema hieronder. 

Op basis van de ervaringen tijdens de pre-pilot wordt een beslissing genomen over het gebruik van de rekenmachine tijdens de pilotexamens in 2012. Voor de pre-pilot is het volgende besloten:
 
Er wordt een aantal 'kale sommen' in het Centraal Ontwikkelde Examen opgenomen. Hierbij is gebruik van de rekenmachine niet toegestaan. Het aandeel van deze sommen zal 10 à 15% van het totaal aantal opgaven in het COE omvatten. Bij alle contextopgaven is de rekenmachine beschikbaar, ook bij opgaven waarbij deze niet gebruikt kan worden of zelfs contraproductief kan zijn.  De rekenmachine is ingebouwd in de software, alle andere programma’s worden geblokkeerd. Gevolg van deze beslissing is dat de deelnemer niet heen en weer kan bladeren in het examen.

In de KD's vanaf 2010 zijn de referentieniveaus taal en rekenen opgenomen en deze spelen dus een rol bij de verzilvering van het ervaringscertificaat. Dat de beoordeling van taal en rekenen nog geen invloed heeft op de zak-slaagbeslissing, betekent echter niet dat er niet geëxamineerd hoeft te worden. Taal en rekenen dienen altijd meegenomen te worden in de examinering en beoordeling.


Wanneer een deelnemer alle onderdelen van de opleiding beheerst, behalve taal en rekenen, dan kan het diploma worden uitgereikt. Maar taal en rekenen moeten wel geëxamineerd zijn. Wanneer ook andere onderdelen van de opleiding niet zijn behaald, dan dient onderwijs te worden aangeboden inclusief taal en rekenen en dient taal en rekenen nogmaals te worden geëxamineerd conform het kwalificatiedossier. De inspectie houdt hier toezicht op.
 
Zie ook het Servicedocument Taal en rekenen in EVC-procedures en vrijstellingenbeleid, beschikbaar via onderstaande link.
 


Het subdomein taalverzorging leent zich goed voor integratie in het domein schrijven. Het subdomein begrippenlijst gaat over het specifiek benoemen van taalverschijnselen, zoals punt, komma, zelfstandig naamwoord en werkwoord, maar ook mening en paragraaf. Deelnemers moeten dit soort begrippen kennen om te kunnen spreken over taal en taalverschijnselen. De bedoeling van dit subdomein is dat deelnemers bepaalde verschijnselen kunnen benoemen in contextrijke taalsituaties. Anders gezegd: de dingen moeten een naam hebben om erover te kunnen spreken. 
 
Het is de bedoeling dat de begrippen tijdens de taallessen en -activiteiten gebruikt en toegepast worden. Een apart instellingsexamen (of deel ervan) volledig besteden aan het subdomein ‘begrippenlijst’ ligt bij dit uitgangspunt dan ook niet voor de hand. Het subdomein ‘begrippenlijst’ hoeft daarom niet, maar mag wel apart geëxamineerd worden,

Deze student zal bij studievertraging zijn mbo 4 opleiding moeten afronden met verplichte afname van de centraal ontwikkelde examens taal en rekenen. De resultaten daarvan wegen dan ook mee voor diplomering. Om de administratieve last te beperken (namelijk ontbinding huidige onderwijsovereenkomst en aangaan nieuwe onderwijsovereenkomst) is het aan te raden om in de examenregeling (of vergelijkbaar document) van een mbo 4 opleiding met een overeengekomen studieduur korter dan vier jaar een passage op te nemen met de volgende strekking:
 
‘Indien de student studievertraging oploopt, waardoor hij de mbo 4 opleiding in of na het studiejaar 2013/2014 zal afronden, geldt dat de examinering van de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen niet meer verloopt zoals in dit document is beschreven, maar (deels) plaatsvindt door middel van centraal ontwikkelde examens taal en rekenen. Dan gelden ook de bijbehorende slaag/zakbeslissing en alle andere regels die in het dan van kracht zijnde Examenbesluit beroepsopleidingen WEB zijn vastgelegd.’
 

Ja. Wanneer deelnemers overgeschreven worden naar een nieuwe kwalificatiedossier, dan gelden de eisen uit dat betreffende kwalificatiedossier.
Als een organisatie onder licentie van een roc een opleiding uitvoert, blijft het roc verantwoordelijkheid voor de opleiding (zowel de inhoud als de examens). Het is dus aan het roc om te bekijken op welke wijze de implementatie van de centrale examens taal en rekenen bij deze opleiding plaats kan vinden. Het advies aan u is om hierover in gesprek te gaan met de roc’s onder wiens verantwoordelijkheid u de opleiding uitvoert.


In de Voorpublicatie Experimenteerjaar 2010-2011 staat het juist geformuleerd. In bijlage 2 van de brief over taal en rekenen staat het niet duidelijk geformuleerd. Bedoeld is: Scholen mogen in studiejaar 2010-2011 eerstejaarsstudenten alleen in opleidingen inschrijven die gebaseerd zijn op competentiegerichte kwalificatiedossiers van cohort 2010-2011 óf 2009-2010. Verder is het nog mogelijk om studenten in te schrijven in eindtermenopleidingen.


Het antwoord is: ja. Voor iedere leerling die vanaf augustus 2010 start met een mbo opleiding zijn de referentieniveaus taal en rekenen van toepassing. Ongeacht de bepaling in de experimenteerregeling dat je per augustus 2010 nog kan inschrijven in de versie van het KD 2009/2010, zal de wet voorschrijven dat vanaf 1 augustus 2010 zowel voor eindtermenopleidingen als voor opleidingen op basis van kwalificatiedossiers het betreffende referentieniveau in acht moet worden genomen.

 
Nee. De raamwerkniveaus zijn in de kwalificatiedossiers 2009-2010 toegevoegd als explicitering van de eisen die impliciet deel uitmaken van de kerntaken en werkprocessen. Nu de raamwerkeisen door OCW niet zijn vastgesteld, kunnen de vermelde raamwerkniveaus worden beschouwd als handreiking bij de invulling van het onderwijs (en de examinering).  De impliciete eisen uit de kerntaken en werkprocessen blijven uiteraard wel van kracht. 
 
In de kwalificatiedossiers 2010 zijn generieke rekeneisen opgenomen in deel B volgens de nieuwe referentieniveaus 2F en 3F. In deel C zijn de beroepsgerelateerde taal- en rekeneisen contextspecifiek (in meer of mindere mate) aangegeven. Paritaire commissies hebben ervoor kunnen kiezen om in deel D ten behoeve van de beroepsgerelateerde eisen alsnog te verwijzen naar de raamwerken taal en rekenen/wiskunde.
Nee, dat is geen vergissing. De bedoeling is om voor de opleidingen op niveau 1, 2 en 3 bij taal (Nederlands) voorlopig meer ruimte te bieden voor de eigen professionele verantwoordelijkheid.
Over de haalbaarheid van de beheersingsniveaus bestaat nog onvoldoende eenduidigheid. Maar er zijn al wel generieke eisen opgenomen in het brondocument Leren, Loopbaan en Burgerschap (LL&B). Het mbo-veld heeft daarop om meer ruimte gevraagd. Daaraan heeft de staatssecretaris gehoor gegeven. Om verwarring te voorkomen en om tot verantwoorde, zorgvuldige besluitvorming te komen, is besloten die ruimte ook uit te strekken over de taaleisen (Nederlands) van de kwalificatiedossiers.
De positie van de moderne vreemde talen is een andere: daarover staan geen generieke eisen in het brondocument LL&B. Er staan alleen eventueel beroepsspecifieke eisen in het kwalificatiedossier. De eisen daarin vallen onder de verantwoordelijkheid van de paritaire commissies.
 
 
 
 
 
 
  © 2012 Steunpunt taal en rekenen mbo