De diagnostische toetsen kunnen als summatieve toets gebruikt worden, mits aan de vereisten die de inspectie stelt aan een kwalificerende toets wordt voldaan. Dat wil zeggen dat verantwoord moet kunnen worden dat de toets valide is en betrouwbaar is afgenomen. Dit laatste kan problematisch zijn om de volgende redenen:
Het subdomein taalverzorging leent zich goed voor integratie in het domein schrijven. Het subdomein begrippenlijst gaat over het specifiek benoemen van taalverschijnselen, zoals punt, komma, zelfstandig naamwoord en werkwoord, maar ook mening en paragraaf. Deelnemers moeten dit soort begrippen kennen om te kunnen spreken over taal en taalverschijnselen. De bedoeling van dit subdomein is dat deelnemers bepaalde verschijnselen kunnen benoemen in contextrijke taalsituaties. Anders gezegd: de dingen moeten een naam hebben om erover te kunnen spreken.
Het is de bedoeling dat de begrippen tijdens de taallessen en -activiteiten gebruikt en toegepast worden. Een apart instellingsexamen (of deel ervan) volledig besteden aan het subdomein ‘begrippenlijst’ ligt bij dit uitgangspunt dan ook niet voor de hand. Het subdomein ‘begrippenlijst’ hoeft daarom niet, maar mag wel apart geëxamineerd worden,
Deze student zal bij studievertraging zijn mbo 4 opleiding moeten afronden met verplichte afname van de centraal ontwikkelde examens taal en rekenen. De resultaten daarvan wegen dan ook mee voor diplomering. Om de administratieve last te beperken (namelijk ontbinding huidige onderwijsovereenkomst en aangaan nieuwe onderwijsovereenkomst) is het aan te raden om in de examenregeling (of een vergelijkbaar document) van een mbo 4 opleiding met een overeengekomen studieduur korter dan vier jaar een passage op te nemen met de volgende strekking:
‘Indien de student studievertraging oploopt, waardoor hij de mbo 4 opleiding in of na het studiejaar 2013/2014 zal afronden, geldt dat de examinering van de referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen niet meer verloopt zoals in dit document is beschreven, maar (deels) plaatsvindt door middel van centraal ontwikkelde examens taal en rekenen. Dan gelden ook de bijbehorende slaag/zakbeslissing en alle andere regels die in het dan van kracht zijnde Examenbesluit beroepsopleidingen WEB zijn vastgelegd.’
Het antwoord is: ja. Voor iedere leerling die vanaf augustus 2010 start met een mbo opleiding zijn de referentieniveaus taal en rekenen van toepassing. Ongeacht de bepaling in de experimenteerregeling dat je per augustus 2010 nog kan inschrijven in de versie van het KD 2009/2010, zal de wet voorschrijven dat vanaf 1 augustus 2010 zowel voor eindtermenopleidingen als voor opleidingen op basis van kwalificatiedossiers het betreffende referentieniveau in acht moet worden genomen.
Het klopt inderdaad dat met een cijfer moet worden aangegeven in hoeverre de vereiste taal- en rekenniveaus zijn behaald. Uiteindelijk moet dit leiden tot één cijfer voor taal en één cijfer voor rekenen.
In de brief van 29 januari 2010 en de bijlage daarbij staat dat het cijfer voor rekenen bepaald wordt door het resultaat van de centrale rekentoets. Voor Nederlandse taal is het cijfer het gemiddelde van het resultaat van het schoolexamen en het centrale examen. In het examenbesluit dat volgt, komen nadere richtlijnen over de normering van de examens en de verhouding tussen de schoolexamens en de centrale examinering.
Vrijstelling van onderwijs in taal en rekenen is aan de scholen. Vrijstelling van examinering voor taal en rekenen is vanaf de cohorten 2010 niet mogelijk als de opleidingsduur de geldigheidsduur van de resultaten van eerdere examinering taal en rekenen overschrijdt.
Let bij vrijstellingen voor Nederlandse taal en rekenen op het volgende:
1. Staatssecretaris Van Bijsterveldt heeft aangekondigd een geldigheidsduur vast te stellen voor examenresultaten Nederlandse taal en rekenen. Dit omdat juist het onderhoud van verworven kennis en vaardigheden erg belangrijk is. Aan het einde van de opleiding moet worden aangetoond dat de vereiste niveaus (nog) worden beheerst. Het is nog niet bekend wat de geldigheidsduur wordt en welke speelruimte de instelling heeft.
2. Het gaat in het mbo bij taal en rekenen niet alleen om generieke kennis en vaardigheden. De specifiek voor het beroep benodigde taal- en rekenvaardigheden blijven onderdeel van de beroepsgerichte examens waarvoor de instellingen zelf verantwoordelijk zijn.
Nee, dat betekent het niet. Leerlingen op niveau 1, 2 en 3 moeten wel taalexamens afleggen. Daarmee wordt beoordeeld of zij aan het beheersingsniveau voldoen zoals vereist in kwalificatiedossier en het brondocument Leren, Loopbaan en Burgerschap. Behaalde resultaten hebben echter geen invloed op de slaag-/zakbeslissing.
De Inspectie controleert en beoordeelt de kwaliteit van deze examens en rapporteert hierover ook. Ze betrekt dit oordeel echter nog niet bij het oordeel over de continuering van de examenlicentie.
Voor mbo 2 en 3 worden ook centrale examens ingevoerd. In studiejaar 2014/2015 is er voor het eerst verplichte deelname aan centraal ontwikkelde examens. Per niveau wordt nog bepaald op welke wijze de centrale examens voor het diploma meetellen.
Zie ook het cohortenschema hieronder.
U mag zelf examens ontwikkelen of exameninstrumenten inkopen, maar u kunt ook gebruik maken van de pilotexamens die ontwikkeld worden. Voor niveau 4 opleidingen zijn vanaf studiejaar 2011/2012 pilotexamens 3F beschikbaar. Het resultaat heeft dan nog geen consequentie voor diplomering. Is het positief? Dan levert dat de deelnemer een certificaat op.
Voor schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid geldt in alle gevallen dat de school zelf moet examineren. Het Steunpunt heeft een handreiking laten samenstellen voor het ontwikkelen van eigen instellingsexamens.
Ja, alleen lezen en luisteren worden via centraal ontwikkelde examens geëxamineerd. Spreken en schrijven worden met schoolexamens geëxamineerd.
Alle onderdelen van rekenen (getallen, verhoudingen, meten en meetkunde, verbanden) worden met een centraal ontwikkelde digitale rekentoets geëxamineerd.
Nee, dit is niet het geval. De centrale examens gaan over generieke eisen. De contexten zullen algemeen beroepsgericht zijn, maar kunnen ook ontleend worden aan thema’s van burgerschap.
Het referentiekader rekenen is inmiddels vastgesteld. Ook is vastgesteld dat voor niveau 4 opleidingen rekenniveau 3F wordt geeist en voor niveau 1 t/m 3 opleidingen niveau 2F. Dit is de basis voor de ontwikkeling van de voorbeeldexamens.
Voor mbo 2 en 3 worden ook centrale examens ingevoerd. In studiejaar 2014/2015 is er voor het eerst een verplichte deelname aan centraal ontwikkelde examens. Per niveau wordt nog bepaald op welke wijze de centrale examens meetellen voor het diploma.
Voor de invoering geldt eenzelfde traject als bij de invoering van centrale examens op niveau 4. Dus eerst een prototype, dan voorbeeldexamens en proefexamens en uiteindelijk examens die meetellen voor diplomering.
Voor niveau 1 wordt eerst nader onderzoek gedaan. Dit betekent dat niveau 1 ook deelneemt aan de pilotexamens en dat de staatssecretaris in 2014 een besluit neemt over de invoering van centrale examens voor niveau 1.
Ja, een instelling is vrij om een hogere norm te hanteren. Het is aan de instelling om in een examenregeling te komen tot een zorgvuldige procedure voor de slaag-/zakbeslissing, uitgaande van het betreffende kwalificatiedossiers. In de brief van 22 december geeft OCW aan wat het ministerie een acceptabele norm vindt voor het meetellen bij diplomering (tenminste 3 van de 5 taalvaardigheden op voldoende niveau), maar het mag ook een hogere norm zijn.
De Inspectie van het Onderwijs zal enerzijds aan de hand van het kwalificatiedossier en het toezichtkader, vaststellen of de exameninstrumenten voldoen. Concreet betekent dat onder andere dat de exameninstrumenten aan het juiste (CEF) niveau moeten voldoen, met andere woorden dat op het juiste niveau wordt geëxamineerd. De Inspectie van het Onderwijs wil daarnaast in de slaag-/zakbeslissing ten minste de norm van OCW terugzien; het mag dus ook een hogere norm zijn. Als de instelling deze norm aantoonbaar vooraf aan de opleiding aan de leerling heeft gecommuniceerd, dan zullen (ook wanneer de leerling een juridische procedure zou starten) geen juridische problemen ontstaan.
Ja, voor dossiers 2007, 2008 en 2009 mag een instelling de resultaten voor Nederlands op de niveaus 1, 2 en/of 3 betrekken in de slaag-/zakregeling. De brief van 22 december 2008 biedt instellingen, uitgaande van het kwalificatiedossier en het bijbehorende brondocument, de ruimte om voor Nederlands zelf te beslissen of en zo ja, op welke manier het meetelt voor diplomering.
Voor de dossiers vanaf 2010 geldt een onderscheid tussen de generieke en beroepsgerichte eisen aan het Nederlands. Tot 2014-2015 hebben behaalde resultaten op de generieke eisen Nederlands op niveau 1, 2 en 3 geen invloed op de slaag-/zakbeslissing. Vanaf 2014-2015 is dit voor niveau 2 en 3 wel het geval. Voor niveau 1 is dit nog niet besloten. Voor alle situaties geldt dat voor diplomering de beroepsgerichte eisen Nederlandse taal en rekenen op orde moeten zijn.